Beenlengteverschil

Beenlengteverschil

(Eén been is langer of korter dan het andere been)

Wat is een beenlengteverschil ?

 

Bij een beenlengteverschil is één been langer (of korter) dan het andere been. Dit kan ontstaan door een aangeboren groeistoornis, een beenbreuk of bijvoorbeeld een operatie. We noemen dit een werkelijk beenlengteverschil.

 

Soms lijkt er een beenlengteverschil aanwezig te zijn, maar komt dit door een afwijking in bijvoorbeeld het bekken of een knie. Dit noemen we een dan schijnbaar beenlengteverschil. Het been is ook niet echt korter of langer.

 

Belangrijk is dat in beide gevallen er een scheefstand van het bekken ontstaat met een verkeerde stand en belasting van de rug. Ook wordt meestal het lichaamsgewicht niet goed verdeeld over beide benen en wordt vaak één been (heup, knie of voet) overbelast.

 

Hierdoor kan een scheefstand de oorzaak zijn van klachten in de voeten, knieën, heupen en rug. Het is daarom belangrijk om te onderzoeken of er sprake is van een werkelijk of schijnbaar beenlengteverschil en wat de gevolgen hiervan zijn. De behandeling voor deze twee aandoeningen zijn namelijk verschillend.

Symptomen

 

De klachten en symptomen die kunnen ontstaan door een beenlengteverschil zijn divers. Het lichaam zal in alle gevallen eerst proberen om de gevolgen van het beenlengteverschil zelf op te lossen (dit noemen we compenseren).

 

Het lichaam kan compenseren in twee richtingen. Ten eerste via de rug. Er ontstaat dan meestal een scoliose (een S-bocht in de wervelkolom). De tweede compensatierichting is via de benen. Hierbij maakt de voet meestal een kantelbeweging. Bij een langer been zakt de voet naar binnen, waardoor ook het bekken aan die kant wat zakt. Bij een korter been kantelt de voet naar buiten, waardoor het bekken aan die kant wat stijgt. Dit zijn dus nuttige compensatiebewegingen. Voorwaarde is dat het lichaam deze bewegingen volledig moet kunnen maken om een beenlengteverschil op heffen. Het nadeel is dat door een compensatie vaak ook andere standsveranderingen ontstaan die niet functioneel zijn.

 

Een volledige gecompenseerd beenlengteverschil hoeft dus geen klachten te geven, maar beperkt het lichaam vaak in andere functies en kan hierdoor indirect klachten veroorzaken.

 

Wanneer een beenlengteverschil niet gecompenseerd kan worden geeft dit vrijwel altijd klachten. Deze klachten kunnen zeer verschillend zijn van lichte klachten zoals vermoeidheid tot ernstige pijnklachten in voeten, benen en rug.

Oorzaken

 

Mogelijke  oorzaken voor een werkelijk beenlengteverschil:

  • Aangeboren
  • Groeistoornis
  • Heupprothese of knieprothese
  • Botbreuk
  • Heupdysplasie (aangeboren heupafwijking)

 

Als een beenlengteverschil op latere leeftijd ontstaat, door bijvoorbeeld een beenbreuk of operatie, kan dit snel klachten opleveren. Het lichaam moet direct een compensatie mechanisme inzetten. De vraag is of het lichaam dit kan zonder gevolgen.

 

Bij een aangeboren beenlengteverschil heeft het lichaam meer tijd om te compenseren. Wel kunnen er in de loop der jaren veranderingen ontstaan die alsnog klachten in de gecompenseerde situatie kunnen opwekken. Zo kan bij een bepaalde werkhouding een beweging worden gevraagd die door de gecompenseerde houding niet goed kan worden uitgevoerd. Ook veroudering veroorzaakt verminderde compensatie mogelijkheden, doordat de kwaliteit van gewrichten en bewegingen terugloopt. Dus beenlengteverschillen die in het verleden goed werden gecompenseerd en geen klachten veroorzaakten kunnen later alsnog klachten geven.

 

Ons onderzoek

 

Tijdens het onderzoek stellen we vast of we te maken hebben met een schijnbaar of werkelijk beenlengteverschil. Is er een werkelijk beenlengteverschil dan moet worden vastgesteld hoe groot het verschil is. Naast deze gegevens gaan we ook meten wat de gevolgen zijn van deze scheefstand op de belasting.

 

In onze praktijk kunnen wij door middel van een onderzoek vaststellen of een correctie dit verschil laat verdwijnen. Dit kunnen we meten op een digitale drukmeetplaat.

 

Als we via het drukmeetsysteem meten dat een klein beenlengteverschil veel invloed heeft op de links/rechts belasting wordt dit vaak gecorrigeerd. Heeft een groter beenlengteverschil weinig invloed op de links/rechts belasting, dan is het goed gecompenseerd en is correctie minder noodzakelijk. Bij verschillen van meer dan 1 centimeter adviseren we vaak om te corrigeren, omdat dit veel invloed heeft op de totale houding en veel compensatie van het lichaam vraagt.

 

Behandeling

 

Werkelijk beenlengteverschil:

 

Als een beenlengteverschil van minder dan 1 centimeter geen klachten veroorzaakt en goed wordt gecompenseerd door het lichaam, is het niet nodig om het verschil te corrigeren.

 

Als er een te groot verschil is in de links/rechts belasting of als het verschil meer als 1 centimeter bedraagt wordt meestal het verschil (gedeeltelijk) gecorrigeerd.

 

De links/rechts belasting moet in evenwicht zijn en de lichaamshouding moet goed zijn. Een hakverhoging is in feite een compensatie mechanisme en help het lichaam om het verschil te neutraliseren. Er moet rekening worden gehouden dat lang bestaande beenlengteverschillen en compensatie mechanismes in het lichaam zich geleidelijk aan de nieuwe situatie aan moeten passen. Het heeft soms wat tijd nodig. Hierdoor wordt deze behandeling soms in fases opgebouwd.

 

Schijnbaar beenlengteverschil:

 

 

Er zijn veel aandoeningen die tot een schijnbaar beenlengte verschil kunnen leiden. Vaak is er sprake van een bekkenprobleem. Dit kan door een fysiotherapeut of manueel therapeut worden behandeld. Het kan ook zijn dat één voet meer inzakt als de andere. Hierdoor zakt ook het bekken aan die zijde waardoor het lijkt dat er een beenlengteverschil aanwezig is. Door middel van een corrigerende inlegzool kan dit worden opgelost. Dit is ook een van de redenen dat patiënten met rugklachten met een steunzool kunnen worden geholpen.